Gedetailleerde PRUP versie

Een stukje geschiedenis van een schandalig lange lijdensweg.

PRUP staat voor het Provinciaal Ruimtelijk uitvoeringsplan – Afbakening Kleinstedelijk gebied Tienen. Niettegenstaande nog alom uitvoerig heersend misverstand, is de initiatiefnemer van dit uitvoeringsplan de Provincie Vlaams-Brabant en niet de Stad Tienen.

Bij ruimtelijke uitvoeringsplannen van dergelijke grote omvang is een milieueffectenrapportering verplicht. Daarom moet voor het PRUP een zogenoemd plan-MER worden opgesteld, waarin de milieueffecten van het plan inzake mobiliteit, geluid, lucht, bodem-, grond- en oppervlaktewater, biodiversiteit, landschap, bouwkundig erfgoed, ruimtelijke aspecten en gezondheid, uitvoerig worden onderzocht.

Het PRUP en plan-MER kennen sinds 2007 een lange onduidelijke levensweg. Het eerste plan-MER werd goedgekeurd in juli 2011. Het eerste PRUP werd, ondanks de inbreng van vele bezwaren door de amper geïnformeerde Tiense bevolking, in 2012 goedgekeurd.

Het plan-MER, en als gevolg daarvan ook het PRUP, werd echter ongrondwettelijk verklaard omdat de mededeling van de inspraakmogelijkheid van de bevolking volgens de voorziene wettelijke bepalingen totaal ontbrak. Als gevolg daarvan, werd de Provincie verplicht om de ganse planningsoefening te hernemen.

Het plan-MER werd van 20 april tot en met 20 mei 2015, vier jaar na de gepleegde feiten, opnieuw in openbaar onderzoek gebracht. Pas op 19 december 2016 kwam de Dienst Milieueffectenrapportering, na analyse van de ingebrachte bezwaren, tot het besluit dat het plan-MER volgens nieuwe richtlijnen moest worden herwerkt. Dit herwerkte plan-MER werd door de dienst MER pas op 5 juli 2019, weer vier jaar na de geplande feiten, goedgekeurd.

Op basis van het nu goedgekeurde, herwerkte plan-MER werd het PRUP van 2012 “herwerkt” en als voorontwerp door de Deputatie van de provincie goedgekeurd op 5 maart 2020.

Het herwerkte PRUP Provinciaal Ruimtelijk uitvoeringsplan – Afbakening Kleinstedelijk gebied Tienen werd, na een lange, onverantwoorde en onaanvaardbare lijdensweg van 10 lange jaren, nu uiteindelijk in openbaar onderzoek gebracht van 27 mei tot en met 26 juli 2021.

Wat staat er in het PRUP?

Het PRUP wordt in openbaar onderzoek gebracht via een Toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften.

Het ruimtelijk uitvoeringsplan PRUP bestaat uit vier onderdelen: de kleinstedelijke afbakeningslijn, een deelplan voor de aanleg van een zogenaamde Oostelijke ring, een deelplan voor de aanleg van een nieuw gemengd regionaal bedrijventerrein Soldatenveld, en een deelplan voor de aanleg van een grootschalige detailhandelszone aan de Leuvenselaan.

De afbakeningslijn kleinstedelijk gebied Tienen.

Het ruimtelijk structuurplan Vlaams-Brabant heeft vastgelegd dat de provincie de kleinstedelijke gebieden moet afbakenen via een zogenaamde afbakeningslijn die moet dienen om grenzen vast te stellen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Deze lijn is geen fysieke grens, maar moet dienen om de ruimte te bepalen waarbinnen diverse ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden ingepland in het stedelijk gebied. In onderstaande figuur wordt de afbakeningslijn aangeduid via volle vette streeplijn.

Figuur 1 – De afbakeningsljn

Zoals blijkt uit de figuur wordt de ligging van de afbakeningslijn in het zuiden vastgelegd via de bestaande zuidelijke ring en de kern van Bost, en in de omgeving van de Leuvenselaan door de geplande aanleg van een grootschalige detailhandelszone. In het noorden volgt de lijn de woonuitbreidingsgebieden Watertorenwijk en Houtemveld. In het oosten begrenst de lijn de zone voor een gemengd regionaal bedrijventerrein en een geplande aanleg van een zogenaamde Oostelijke ringweg, om toe te komen aan het rondpunt, kruising Sint-Truidensesteenweg.

Het deelplan Oostelijke Ring.

Vanaf 2005 worden er in het kleinstedelijk gebied Tienen regelmatig opnieuw ballonnetjes opgelaten over een zogenaamde Oostelijke en Noordelijke Ring. Dit ballonnetje werd echter reeds veel eerder opgelaten in het Gewestplan Tienen-Landen van 1978.

Dit gewestplan voorziet een wegtracé via een zogenaamde ruimtelijke reservatiestrook, met een breedte van 60 m, voor de mogelijke aanleg van een “noordelijke” ringweg rond de stad. Deze strook wordt in onderstaande figuur aangeduid door middel van een gearceerde zwarte strook die vertrekt vanuit de het kruispunt van de Ambachtenlaan en de weg Industriepark, doorloopt naar de Oplintersesteenweg, om dan via een kronkelend tracé door te stoten naar de Diestsesteenweg om, langs de brandweerkazerne en de watertoren uit te monden op de Aarschotsesteenweg.

Figuur 2 – Het gewestplantracé

Het plan voor deze ringweg wordt nu opnieuw ingehaald ten dienste van de gewenste ontsluiting van het nieuwe geplande regionaal bedrijventerrein Soldatenveld.

De noodzaak van of de behoefte aan een Noordelijke en of Oostelijke rondweg werd tot op heden echter onvoldoende aangetoond. Nooit werd enige vorm van kosten/batenanalyse uitgevoerd, zodat het kostenplaatje niet is gekend en het nut en mogelijke baten nergens werd aangetoond. Met andere woorden, de bevolking wordt het plan in de maag geramd zonder enige vorm van maatschappelijke en/of financiële verantwoording. Nooit werd enige vorm van aanvaardbaarheidsstudie uitgevoerd, noch werd op welke wijze dan ook, de uitvoerbaarheid aangetoond. Alleen al om deze fundamentele redenen verdient het plan niet om het daglicht te zien.

In het plan-MER wordt de ringweg op uitdrukkelijke vraag vanuit de inspraak en de aangebrachte bezwaren, samen met een verdere doortrekking tot aan de Leuvenselaan, onderzocht via verschillende zogenaamde deelsegmenten, die worden weergegeven in Figuur 3 via de romeinse cijfers I t.e.m. V.

Figuur 3. De segmenten van de oostelijke en noordelijke ring

Segment I

In de toelichtingsnota wordt segment I omschreven als een segment van de oostelijke ring dat het tracé volgt van de Ambachtenlaan, waarbij de Ambachtenlaan wordt omgevormd tot een parallelweg (ventweg), en de oostelijke ring dan ter hoogte van de toegang van Citrique Belge een nieuw tracé volgt via een aan te leggen brug over de Grote Gete, om vervolgens toe te komen aan de weg Industriepark ter hoogte van nr. 35. Echter, te zien in Figuur 3 op de officiële tekening uit het plan-MER, vertrekt de zwarte lijn van segment I pas ter hoogte van de toegang van Citrique Belge! Misleidende verwarring?

Onderstaande figuur 4 verstrekt verdere duidelijkheid. De linkse reservatiestrook wordt geschrapt en vervangen door een nieuwe reservatiestrook voor segment I.

Figuur 4. Ringsegment I

Het reële nut van segment I van de Oostelijke ring wordt hierbij uitdrukkelijk in vraag gesteld en wordt best geschrapt. Adviserende instanties stellen immers al zelf het nut van segment I duidelijk, en volkomen terecht, in vraag:

  • De Nota voor publieke consultatie (plan-MER, februari 2010) stelt reeds dat de bedrijvigheid in de bedrijvenzone Soldatenveld via de Ambachtenlaan kan ontsloten worden richting zuidelijke ring en dat de Ambachtenlaan ideaal is als vrachtroute!
  • In haar advies van 20/04/2020 voor de Plenaire Vergadering, stelt het Departement Omgeving dat het vanuit het categoriseren als secundaire weg type II, vreemd is dat voor het eerste deel van de Ambachtenlaan, vanaf het rondpunt op de N3 tot in de bocht van de Getevallei, wordt uitgegaan van een “ontdubbeling” van de weg om het ‘doorgaand verkeer’ te scheiden van het bestemmingsverkeer en de Ambachtenlaan daarbij wordt gereduceerd tot een ventweg. De volledige ontdubbeling van dit wegsegment wordt een overkill genoemd. Er wordt verwezen naar het plan-MER, waar wordt gesteld dat de aanleg van ringsegment I (met aanpassing van de bestaande Ambachtenlaan tot ventweg) niet noodzakelijk is voor de doorstroming en het inschakelen van de Ambachtenlaan als onderdeel van de ringweg niet voor wachtrijen zorgt op deze weg zelf. Daarbij wordt planologisch een enorme druk gelegd op gebieden die net best gevrijwaard moeten worden als grensstellende open ruimte.

De ontdubbeling impliceert een onteigening van een deel van de eigendom nabij de rotonde Hakendover, die in de toelichtingsnota totaal wordt vergeten. In het plan-MER dat in 2015 opnieuw in openbaar onderzoek werd gebracht, wordt in alle talen gezwegen over de milieueffecten op een aantal woningen die zich bevinden in de nabijheid van de reservatiestrook voor segment I van de oostelijke ring, waar verkeerdelijk wordt gesteld dat “Er zijn geen woningen gelegen langs dit traject. Er worden dan ook geen significante effecten (0) m.b.t. de verkeersleefbaarheid verwacht (plan-MER 2015, p. 187). Het gaat meer specifiek over één woning nabij de Ambachtenlaan en de Sint-Truidensesteenweg die bedreigd wordt door de Oostelijke ring. Een bijgebouw (gerenoveerd koetshuis) valt zelfs midden de reservatiestrook, net zoals een groot deel van het bijhorende landgoed. De afbakeningslijn van het kleinstedelijk gebied wordt hier op niet verantwoorde wijze dwars door de betrokken eigendom gelegd, zodat het koetshuis met omliggende landeigendom binnen, en de villa met omliggende landeigendom buiten het kleinstedelijk gebied komt te liggen.

Segment II

Segment II is een nieuwe verbinding tussen Industriepark en de Oplintersesteenweg, via een rechtlijnig tracé over een lengte van 1,1 kilometer.

Dit tracé wijkt dus af van het gewestplantracé, dat in bovenstaande figuur 3 wordt aangeduid via de groene pijl en in figuur 4 wordt aangeduid via het schrappen van de linkse reservatiestrook. Het nieuwe bedrijventerrein komt dan zowel ten oosten als ten westen van deze weg te liggen.

In het PRUP wordt deelsegment II als bindende voorwaarde opgelegd voor de aanleg van het bedrijventerrein, m.a.w. met de aanleg van het bedrijventerrein kan pas worden gestart na de aanleg van ringsegment II. Dit is bizar en verrassend, want in het PRUP dat in 2012 werd goedgekeurd, werd de ontwikkeling van het bedrijventerrein gekoppeld aan het doortrekken van de ringweg vanaf de rotonde Hakendover tot aan de Diestsesteenweg via segment III.

Segment III

Segment III is het wegsegment dat vertrekt vanuit de Oplintersesteenweg, en vervolgens het gewestplantracé zou kunnen volgen tot aan de Diestsesteenweg. Dit wordt echter niet beslist.

Segment IV

Segment IV is het wegsegment dat vertrekt vanaf de Diestsesteenweg tot aan de Aarschotsesteenweg. Er wordt in het PRUP nergens beslist of dit segment het gewestplantracé moet volgen. Beter nog, in het plan-MER wordt een alternatief tracé onderzocht (in bovenstaande figuur 3 weer aangeduid via een groene pijl), dichter bij de stad, dat zou zorgen voor minder verlies aan landbouwgrond en niet zou leiden tot zwaardere milieueffecten.

Segment V

Segment V vormt een nieuwe verbinding vanaf de Aarschotsesteenweg tot de Leuvenselaan. De groene pijl in figuur 3 duidt weeral het alternatief tracé aan dat in het plan-MER eveneens als verkiesbaar alternatief werd onderzocht.

De toelichtingsnota stelt duidelijk dat de Noordelijke ring, zijnde de segmenten III, IV en V, geen deel uitmaken van het PRUP! Elke vorm van beleidsbeslissing daarover ontbreekt echter, met als gevolg het verderzetten van de enorme onzekerheid die sedert het gewestplan van 1978 op de bevolking wordt gelegd.

Het deelplan gemengd regionaal bedrijventerrein Soldatenveld

Het deelplan Gemengd regionaal bedrijventerrein Soldatenveld (GRB) betreft de ontwikkeling van een gemengd regionaal bedrijventerrein als herbestemming van 47,5 ha (!) landbouwgrond, ten noorden van de weg Industriepark, aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Soldatenveld. Als onderdeel van het terrein wordt nog een groene buffer van 30 of 100 meter voorzien (mottig groen gekleurd in Figuur 5) waar geen bedrijfsactiviteiten toegelaten zijn.

Het nu voorliggende plan verschilt nagenoeg niets van het PRUP-plan dat in 2012 werd goedgekeurd:

  • De ontwikkeling van het terrein wordt nu evenwel niet langer gekoppeld aan een verlenging van de ringweg tot aan de Diestsesteenweg, maar enkel aan de aanleg van segment II tussen het Industriepark en de Oplintersesteenweg. Segment I uit het deelplan Oostelijke ring vormt geen enkele bindende voorwaarde, wat reeds haar overbodigheid bloot legt.
  • De afbakeningslijn is wonderbaarlijk gewijzigd. In 2012 lagen de woningen langs de Oplintersesteenweg, Grensstraat en Villapark, grenzend aan het zogenaamd gemengd openruimtegebied, buiten de afbakeningslijn in het buitengebied. In het huidig deelplan (in rouwkleurig paars ingekleurd in Figuur 5) wordt alles netjes binnen de afbakeningslijn geplaatst. Het zoveelste bewijs dat die fameuze afbakeningslijn weinig voorstelt, op nagenoeg willekeurige basis werd vastgelegd, en blijkbaar zonder verantwoording naar eigen willekeur mag worden verlegd.
Figuur 5. Gemengd regionaal bedrijventerrein (GRB)
  • Het Gemengd openruimtegebied (GO) uit 2012, dat in een vroegere versie zelfs een woonzone was, wordt nu plots een Bouwvrij agrarisch gebied (BAG) (geel ingekleurd in Figuur 5), bestemd voor de beroepslandbouw, waarbij moestuinen en hobbyweiden niet zijn toegelaten.De lezer kan als tijdverdrijf op zoek gaan naar de verborgen verschillen in terminologie.
  • De woonzone (rood ingekleurd) blijft behouden langs de Grensstraat.
  • De Kopstraat wordt verlegd naar het noorden en vormt nu een ontsluitingsweg voor langzaam (fiets)verkeer.
  • De verruiming in de reservatiestrook ter hoogte van de Oplintersesteenweg is nu weggevallen. Dit is in tegenspraak met de aanname op de verder besproken inrichtingsschets dat segment II toegang geeft tot de Oplintersesteenweg via een rotonde.

Toegelaten bedrijfsactiviteiten

Het gebied is bestemd voor regionale bedrijven met één van de volgende hoofdactiviteiten en een maximale perceeloppervlakte van 5000 m2 en maximale hoogte van 18 m:

  • productie, opslag, verwerking en bewerking van goederen;
  • op- en overslag, voorraadbeheer, groepage, fysieke distributie en logistiek, groothandel; onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten; installaties voor het opwekken van energie of energierecuperatie;
  • afvalverwerking met inbegrip van recyclage;
  • verwerking en bewerking van grondstoffen met inbegrip van delfstoffen;
  • Seveso-activiteiten, m.n. bewerking en verwerking van levensgevaarlijke stoffen die kunnen vergiftigen en/of ontploffen, en dit in het gebied ten zuiden van de momenteel nog feitelijk aanwezige Kopstraat.

Anders gesteld, wij nodigen hierbij de bevolking uit om nog bedrijfsactiviteiten te vinden die niet toegelaten zijn!

Nooit werd enig onderzoek uitgevoerd naar de behoefte en/of nood aan het concreet type bedrijvigheid die best in de Tiense regio op behoeften vervullende en verantwoorde wijze moet worden ingepland. De redenering gebeurt louter in termen van een aantal hectare, waarvan de vereiste omvang nooit werd bepaald, maar louter gebaseerd is op een door de provincie totaal “gewenst” streefcijfer van minimum 35 ha en maximum 75 ha. Bij de planning van 2012 werd eerst 75 ha ingepland. Na hevige reactie en aangebrachte bezwaren vanuit de bevolking, werd dit aantal zomaar, volledig arbitrair, teruggebracht tot het huidig aantal van 45 ha bruikbare bedrijfsoppervlakte. Een schitterend bewijs dat de Provincie momenteel zelfs niet het geringste idee heeft van de werkelijk voor de Tiense regio vereiste bedrijfsoppervlakte.

Inrichtingsschets

De toelichtingsnota vermeldt een inrichtingsschets (Figuur 6) die echter slechts als “informatief” wordt bestempeld, zeer onduidelijk is en derhalve zorgt voor enorme verwarring en onzekerheid.

Figuur 6. Niet-bindende inrichtingsschets
  • De toelichtingsnota vermeldt dat twee kruispunten of rotondes zorgen voor de uitwisseling van verkeer tussen de oostelijke ring en het bedrijventerrein, waarbij de Ambachtenlaan wordt omgevormd tot centrale toegangslaan (!!) van het Soldatenplein, terwijl Industriepark de centrale toegangslaan van het noordelijk gelegen Soldatenveld wordt. Segment I wordt dus duidelijk niet aangelegd?! De inrichtingsschets vertoont echter niet twee, maar ook een derde knooppunt aan de Oplintersesteenweg. Wordt dit al of niet aangelegd via een rotonde of kruispunt? In de stedenbouwkundige voorschriften wordt in alle talen gezwegen over een aansluiting op de Oplintersesteenweg. Wordt hier op achterbakse wijze de optie opengelaten om segment II af te sluiten aan de Oplintersesteenweg? Dit zou niet kunnen vermits het de bedoeling is dat de Hamelendreef en Utsenakenweg worden geknipt. Zuiver uitstrooien van verwarring en misleiding!
  • Er worden twee centrale toegangslanen voorzien die aansluiten op Industriepark. De meest westelijke laan loopt daarbij buiten de perimeter van het GRB!!
  • Op de twee centrale toegangslanen worden diverse erfontsluitingsdreven aangesloten via een relatief(?!) beperkt aantal kruispunten (zijn het er negen?). De erfontsluitingsdreven geven dan toegang tot de individuele bedrijfspercelen.
  • Voor voetgangers en fietsers worden korte doorsteken door de buffers voorzien. Dit betekent minstens twee gevaarlijke kruisingen met segment II.
  • Op de tekening van figuur 6 verschijnen in het deelblok rechts onderaan cijfers 1 en 2. Wijzen deze op een gefaseerde aanleg van het GRB? In de voorschriften wordt daar met geen woord over gerept.

Het deelplan grootschalige detailhandel Leuvenselaan

De naamgeving voor deze zone is sinds het in 2012 goedgekeurde PRUP op wonderbaarlijke wijze gewijzigd van Kleinhandelszone naar Detailhandelszone, wellicht ten gevolge van het protest vanuit de Tiense handelaarsgemeenschap en politieke mandatarissen vanuit de Stad Tienen, en met het doel concurrentie met de handel in de stad te vermijden. In de officiële kaart (Figuur 7) wordt echter nog steeds met de term kleinhandel gegoocheld.

Voor het deelplan Detailhandelszone Leuvenselaan werd nooit enige vorm van behoeftenanalyse, kosten/batenanalyse of aanvaarbaarheidsstudie uitgevoerd. De noodzaak of behoefte aan dit deelplan werd bijgevolg nergens verantwoord. Alleen al om deze redenen moet het deelplan worden afgevoerd.

Met betrekking tot het Deelplan Detailhandelszone Leuvenselaan wordt een immense en onbegrijpelijke verwarring en misleiding gecreëerd. Het deelplan maakte reeds deel uit van het goedgekeurd PRUP van 2012. In de huidige toelichtingsnota van het PRUP wordt uitdrukkelijk bevestigd dat het deelplan onderdeel blijft van het PRUP Afbakening kleinstedelijk gebied Tienen.

Plots verschijnt evenwel in februari 2017 een Kennisgeving project-MER, Versie voor volledig verklaring, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat “In uitvoering van dit PRUP wil de eigenaar op de percelen van het bedrijvencentrum Nelissen en enkele naburige percelen een nieuw handelscomplex ontwikkelen”.

Een project-MER vormt normaliter het vervolg op een goedgekeurd PRUP!

Hoe kan een deelplan uit een PRUP plotsklaps worden gebombardeerd tot project-MER en kan dit project-MER, in uitvoering van het PRUP, in kennisgeving worden gebracht, terwijl het PRUP in 2017, gezien de geldigheidstermijn vermeld in art. 11 van het Helsteldecreet was verstreken, derhalve niet meer geldig was?

Plotseling is de initiatiefnemer van het PRUP, de Provincie Vlaams-Brabant, blijkbaar vervangen door de duistere eigenaar van het bedrijventerrein?!

Het project-MER werd van 01/01/2017 t.e.m. 30/03/2017 zelfs in openbaar onderzoek gebracht. Vanuit de inspraak en bezwaren werd uiteraard terecht geëist dat alle activiteiten met betrekking tot het ontwikkelen van een nieuw handelscomplex in uitvoering van het PRUP moesten worden opgeschort.

Op 14/07/2017 verschijnen echter Richtlijnen voor het project-MER Handelszone langs de Leuvenselaan in Tienen, met als initiatiefnemers Steps Real Estate Group GL (Hasselt) en Group GL (Houthalen). In die Richtlijnen verschijnt een zeer merkwaardige zinsnede:

“Het plan-MER voor de Afbakening van het kleinstedelijk gebied zal aangepast worden conform de richtlijnen die de dienst MER heeft opgesteld, waarbij de wijzigingen zich focussen op de deelplannen Oostelijke Ring en Regionale bedrijvigheid en niet op de overige deelplannen”.

Het lijkt erop dat men hier op stiekeme, sluikse en volks-misleidende wijze een project-MER heeft willen loskoppelen van het PRUP. Tijdens de plenaire vergaderingen werd met geen woord gerept over het project-MER, maar wordt gesteld dat de “wijzigingen aan het deelplan Leuvenselaan in nauw overleg met de stad Tienen, die akkoord gaat met de nu vooropgestelde invulling met betrekking tot de detailhandel, tot stand zijn gekomen”. De stad Tienen heeft echter haar kat in plaats van drie afgezanten gestuurd naar de tweede plenaire vergadering. De bevolking heeft geen moeite om het raden naar het waarom.

In de nu voorliggende toelichtingsnota wordt met geen woord gerept over het project-MER en wordt het deelplan besproken in amper 10 pagina’s. De milieuaspecten komen amper tot helemaal niet aan bod, waarbij er doodgewoon wordt verwezen naar het plan-MER. Vergelijking met het deelplan van 2012 en een grondige analyse van de milieueffecten komen in dit PRUP derhalve niet aan bod en worden alzo in dit openbaar onderzoek onmogelijk gemaakt.

Figuur 7. Deelplan Grootschalige detailhandel Leuvenselaan

In de voorlopige vaststelling door de provincie wordt vermeld dat

  • de detailhandelszone bestemd is voor individuele grootschalige detailhandelsvestigingen en clusters van grootschalige detailhandelsvestigingen onder één dak of in elkaars directe nabijheid,
  • waarbij aan de omvang van een cluster in het PRUP van 2012 geen beperkingen werden opgelegd, maar nu als belangrijkste wijziging een maximum wordt vastgelegd voor de totale vloeroppervlakte en een strikte differentiatie wordt doorgevoerd naar categorieën van detailhandel,
  • de verwachte mobiliteitseffecten volgens het gewijzigde plan-MER aanzienlijk negatiever zijn als gevolg van een onderschatting (?!) in het oorspronkelijke plan-MER uit 2011,
  • de nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden onaanvaardbare mobiliteitseffecten zouden vermijden en de complementariteit waarborgen met de handelsconcentratie in de binnenstad.

In het licht van de bovenvermelde geplande reductie in de bijkomende handelsoppervlakte naar 12.500 m2,is het merkwaardig dat in de Stedenbouwkundige voorschriften nu sprake is van een maximale totale bruto-oppervlakte van 18.000 m2 (!!?). Weeral wordt de bevolking op lepe wijze misleid, want deze totale oppervlakte van 18.000 m2 werd dus helemaal niet doorgerekend in de mobiliteitsstudie, zodat de verkeerseffecten niet objectief kunnen worden ingeschat.